Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
€ 3.801.037. Hierin ligt een vaststelling van het verlies op nihil besloten. Bij afzonderlijke beschikking is een bedrag aan belastingrente in rekening gebracht van € 119.308.
15 januari 2021, afgewezen.
2.Feiten
23 december 2015 conform de ingediende aangifte vennootschapsbelasting 2015 van [X] , alsmede conform de specificatie van de fiscale boekwaarde per kantoorpand zoals die is opgenomen in bijlage 3. De in laatstgenoemde bijlage geactiveerde kosten zullen naar rato van de genoemde fiscale kostprijzen mogen worden verdeeld over de kantoorpanden.
3.Geschil in hoger beroep
4.Overwegingen van de rechtbank
20, vijfde lid, van de Wet Vpb, alsmede op de op dat vervallen wetsartikel gebaseerde jurisprudentie, namelijk de arresten HR 22 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1559,
BNB 1995/152 en HR 9 april 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7333, BNB 2004/218. Daaruit zou volgen dat de beperking van verliesverrekening zich ook thans nog uitstrekt tot op het moment van belangenwijziging aanwezige latente verliezen die later worden gerealiseerd. Hiertoe verwijst verweerder naar de volgende passage uit de wetsgeschiedenis van artikel 20a van de Wet Vpb (Kamerstukken II 2000/01, 27209, nr. 6, p. 37-38):
5.Beoordeling van het geschil
a. in de tussenliggende periode de werkzaamheden van de belastingplichtige niet zijn gestaakt, noch nagenoeg geheel zijn gestaakt, en
1 januari 2019) luidt als volgt:
HR 21 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD6390, BNB 2009/42.
HR 9 april 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7333, BNB 2004/218.
In het verlengde van de situaties waarin geen materiële onderneming wordt gedreven, ligt de situatie dat de belastingplichtige een materiële onderneming heeft gedreven die verlieslijdend was en door hem nog niet is gestaakt maar in een afgeslankte vorm werd voortgezet.
leden 1 en 2, en artikel 20a, lid 12, van de Wet dan wel de Credit Suisse-arresten betekenis hebben voor de beantwoording van de onderhavige rechtsvraag, zulks in afwijking van hetgeen de rechtbank in onderdeel 19 van haar uitspraak heeft overwogen. Over de reikwijdte van de Credit Suisse-arresten merkt het Hof nog op dat deze arresten naar het oordeel van het Hof betrekking hebben op een bijzondere categorie van “handel in winstvennootschappen”, waarbij de oorsprong van het gecreëerde verlies doorslaggevend is, en dat deze bijzondere categorie zich volledig aan de toepassing van artikel 20a van de Wet (en de daarin opgenomen toetsen) onttrekt.
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, en
- verklaart het beroep ongegrond.
N. Djebali, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg als griffier. De beslissing is op 23 mei 2023 in het openbaar uitgesproken.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.