ECLI:NL:GHAMS:2022:872
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring klaagschrift tegen beslag op woning op grond van artikel 94 Sv
Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen het beslag op zijn woning, gelegd op grond van de artikelen 94 en 94a van het Wetboek van Strafvordering. Het klaagschrift is behandeld door de enkelvoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam, waarbij klager niet is verschenen, maar zijn advocaat wel.
Klager is onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens meerdere strafbare feiten, waaronder overtreding van de Opiumwet en medeplegen van diefstal. Tevens is hij in eerste aanleg veroordeeld tot betaling van een groot bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft overwogen dat het belang van strafvordering zich niet langer verzet tegen teruggave van de woning, mede gelet op de onherroepelijke veroordeling en het ontbreken van een ander die als rechthebbende kan worden beschouwd. Voor het beslag op grond van artikel 94a Sv is het klaagschrift ongegrond verklaard omdat het ontnemingsvonnis nog niet onherroepelijk is en het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat een geldbedrag ter ontneming zal worden opgelegd.
De beschikking beveelt de onverwijlde betekening van deze beslissing aan klager en is uitgesproken op 22 maart 2022 door de enkelvoudige raadkamer van het hof.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard voor het beslag op grond van artikel 94 Sv en ongegrond voor het beslag op grond van artikel 94a Sv.