ECLI:NL:HR:2011:BQ6737
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voortduren beslag op auto wegens verdenking strafbare feiten en mogelijke verbeurdverklaring
De zaak betreft een klaagschrift van een vrouw tegen het beslag op haar BMW, dat de rechtbank had gehandhaafd omdat de auto mogelijk afkomstig is van strafbare feiten gepleegd door haar en haar zoon. De vrouw stelde dat zij de auto had gekocht met eigen middelen en dat het eigendom op haar naam stond, terwijl de officier van justitie stelde dat het geld voor de auto niet legaal was en dat de zoon de feitelijke eigenaar was.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave van de auto, omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer zal bevelen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, waarbij zij de maatstaf uit eerdere jurisprudentie herhaalde.
De Hoge Raad benadrukte dat het voortduren van het beslag gerechtvaardigd is wanneer het veiligstellen van bewijs of het voorkomen van onttrekking aan het verkeer noodzakelijk is. De beslissing is genomen in het kader van een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv en artikel 94 Sv Pro. Hiermee blijft het beslag op de auto gehandhaafd totdat de strafzaak is afgerond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de auto blijft gehandhaafd.