ECLI:NL:GHAMS:2021:3270
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep rijden onder invloed met alcoholgehalte 1,92 mg/ml zonder strafoplegging
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 10 maart 2017 te Amsterdam als bestuurder van een bromfiets reed met een alcoholgehalte van 1,92 milligram per milliliter bloed, wat hoger is dan de wettelijke limiet van 0,5 milligram. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot een geldboete, subsidiair hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.
In hoger beroep stelde de verdediging dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens dubbele bestraffing en schending van het ne bis in idem-beginsel, mede gezien de gevolgen van het CBR-geschiktheidsonderzoek en de schorsing van het rijbewijs. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat de vervolging niet in strijd is met de goede procesorde.
De verdediging voerde ook aan dat het bloedonderzoek onbruikbaar was omdat de bloedafname niet binnen de voorgeschreven termijn van 90 minuten had plaatsgevonden. Het hof verwierp dit en achtte het bewijs van het alcoholgehalte wettig en overtuigend.
Hoewel het hof de ernst van het feit erkende en de eerdere veroordeling van de verdachte, besloot het vanwege het tijdsverloop sinds het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen straf of maatregel op te leggen. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof sprak de verdachte vrij van hetgeen niet bewezen was.
Uitkomst: Verdachte wordt bewezenverklaard voor rijden onder invloed maar er wordt geen straf of maatregel opgelegd.