ECLI:NL:GHAMS:2021:1288
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens verval aanhangigheid door niet-tijdige inschrijving
Appellant stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam en dagvaardde geïntimeerde voor een roldatum op 29 december 2020. Appellant bracht de zaak echter niet op de rol van die datum. Vervolgens werden twee herstelexploten betekend, op 30 december 2020 en 15 januari 2021, met oproepingen voor respectievelijk 12 en 26 januari 2021. De zaak werd alleen op de rol van 26 januari 2021 aangebracht.
Volgens artikel 125 lid 5 Rv Pro vervalt de aanhangigheid van het geding indien het exploot niet tijdig is ingeschreven, tenzij binnen twee weken na de oorspronkelijke roldatum een geldig herstelexploot wordt uitgebracht en ingeschreven. Het eerste herstelexploot was wel tijdig maar niet gevolgd door inschrijving op de rol van 12 januari 2021, en het tweede was niet tijdig uitgebracht. Hierdoor verviel de aanhangigheid van het geding.
Appellant voerde aan dat vertragingen bij de postbezorging, met name bij Falkpost, de oorzaak waren van het te laat uitbrengen van het herstelexploot. Het hof oordeelde dat dit niet tot een ander oordeel leidt omdat de termijnen van openbare orde zijn en ambtshalve worden gehandhaafd. Appellant had tijdig moeten informeren bij de deurwaarder om tijdige indiening te waarborgen.
Het hof verklaarde appellant daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wees het beroep af wegens verval van aanhangigheid.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens verval van aanhangigheid door niet-tijdige inschrijving van het herstelexploot.