ECLI:NL:GHAMS:2020:3468
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over effectenlease en toepassing fiscale voordelen bij schadevaststelling
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [geïntimeerde] met betrekking tot diverse effectenleaseovereenkomsten. [geïntimeerde] vordert onder meer schadevergoeding en vernietiging van bepaalde bedingen wegens oneerlijkheid. De kantonrechter oordeelde eerder dat Dexia onrechtmatig handelde en kende schadevergoeding toe, maar het hof behandelt het hoger beroep tegen deze beslissingen.
Het hof bevestigt dat bij de vaststelling van schade rekening moet worden gehouden met fiscale voordelen die [geïntimeerde] heeft genoten als gevolg van de leaseovereenkomsten, conform art. 6:100 BW Pro. Tevens oordeelt het hof dat de door [geïntimeerde] gestelde schade uit hoofde van een fictieve restschuld bij aandelenovername niet aan Dexia kan worden toegerekend, omdat dit voortvloeit uit zijn eigen keuze.
Verder bespreekt het hof de vraag of bepaalde bepalingen in de leaseovereenkomsten oneerlijk zijn en wijst het op de noodzaak van nieuwe eindafrekeningen voor twee leaseovereenkomsten, waarbij toepassing wordt gegeven aan het oude art. 7A:1576e lid 2 BW. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na overlegging van deze nieuwe berekeningen.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat fiscale voordelen bij schadevaststelling moeten worden betrokken en wijst nieuwe berekeningen toe voor bepaalde leaseovereenkomsten, waarna verdere beslissing volgt.