Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
(gemachtigde mr. drs. J.M.C. Niederer)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
kennelijkniet-ontvankelijk is, maakt dit niet anders.
Gerechtshof Amsterdam
De heffingsambtenaar legde op 26 mei 2016 een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan belanghebbende. Belanghebbende maakte op 7 december 2016 bezwaar, ruim na de bezwaartermijn. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het Hof oordeelt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is omdat geen reden is opgegeven in het bezwaarschrift, terwijl van een beroepsmatig gemachtigde mag worden verwacht dat hij de termijn kent. De hoorplicht is niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. Ook is niet aannemelijk dat de naheffingsaanslag geen rechtsmiddelverwijzing bevatte.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot mondelinge behandeling. De uitspraak is gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 3 januari 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.