Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Hof: overeenkomst d.d. 12 december 2016] is op meerdere plaatsen opgenomen dat huurders van de 85 woningen altijd een parkeerplaats kunnen huren als zij dit willen.
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
5.. Beoordeling van het geschil
onderhet maaiveld worden gerealiseerd, waardoor de bouwkosten relatief hoog waren. Belanghebbende was in verband met de hoge bouwkosten in eerste instantie geen voorstander van de bouw van de parkeergarage. Maar omdat zonder de bouw van een ondergrondse parkeergarage voor de bouw van de bovengelegen woningen geen bouwvergunning zou worden afgegeven, heeft belanghebbende de parkeergarage toch gerealiseerd. Uit financiële overwegingen heeft zij besloten de parkeergarage deels te gebruiken als openbare parkeergarage ten behoeve van bezoekers aan [Z]. De uitvoering daarvan is niet erg succesvol gebleken; de parkeergarage stond en staat voor circa 66% leeg.
uitsluitendwordt bepaald door de mogelijkheid ervan bij te dragen aan de winst. (vgl. Hoge Raad 8 april 2011, nr.10/01134, ECLI:NL:HR: 2011:BQ0421 en Hoge Raad 17 februari 1999, nr. 33844, ECLI:NL:HR:1999:AA2661, BNB 1999/174).
uitsluitendedoel daarmee winst te behalen. De gecorrigeerde vervangingswaarde wordt in dit geval dus niet gemaximeerd door de bedrijfswaarde. Het Hof onderschrijft in zoverre het oordeel van de rechtbank (r.o. 17).
sedert de stichtingvan de zaak opgetreden functionele veroudering, mag worden gecorrigeerd. De feiten en omstandigheden die door belanghebbende in dit kader zijn aangevoerd, zijnde de relatief hoge bouwkosten en het in de omgeving (beperkt) gratis kunnen parkeren , waren - zo is door de heffingsambtenaar onweersproken gesteld - al bekend voor of op het moment van de stichting van de parkeergarage, zodat deze feiten en omstandigheden, wat daar verder ook van zij, reeds daarom niet kunnen dienen ter onderbouwing van de gestelde functionele veroudering.