ECLI:NL:GHAMS:2019:2882
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag waterschapsbelasting ondanks beroep nakomeling ex-KNIL-militair
Belanghebbende, een nakomeling van een ex-KNIL-militair, werd een aanslag waterschapsbelasting opgelegd voor het kalenderjaar 2016. Hij maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Belanghebbende ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de uitspraak van de rechtbank bevestigde.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende terecht werd aangemerkt als ingezetene en daarmee belastingplichtig was, mede gelet op zijn status als nakomeling van een ex-KNIL-militair en de toepasselijkheid van het Rijksverzorgingsbeleid. Het hof oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd op grond van de Waterschapswet en de bijbehorende verordeningen, waarbij inschrijving in de basisregistratie personen en gebruik van woonruimte in het gebied van het waterschap bepalend zijn.
Het hof verwierp de stelling van belanghebbende dat hij niet onder het Koninkrijk der Nederlanden valt en dat de aanslag door de Staat der Nederlanden zou moeten worden betaald. Ook werd het verzoek van de heffingsambtenaar om belanghebbende te veroordelen wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht afgewezen, aangezien het recht bestaat om tegen aanslagen bezwaar en beroep in te stellen, ook als dezelfde argumenten worden herhaald.
De uitspraak bevestigt de bevoegdheid van de heffingsambtenaar tot het opleggen van de aanslag en sluit een vrijstelling op grond van het Rijksverzorgingsbeleid uit. De kostenveroordeling werd eveneens afgewezen. De uitspraak is gedaan op 8 augustus 2019 en kan worden aangevochten bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof Amsterdam bevestigt dat de aanslag waterschapsbelasting terecht is opgelegd en wijst het hoger beroep af.