ECLI:NL:GHAMS:2019:2638
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling en afwijzing machtiging uithuisplaatsing wegens belangen kinderen
De zaak betreft het hoger beroep tegen de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen. De moeder oefent het gezag uit, de vader is de onbetwiste biologische vader maar heeft de kinderen niet erkend. De kinderen verbleven sinds augustus 2018 vrijwillig bij een familielid en zijn op 11 januari 2019 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst op grond van een spoedmachtiging.
In hoger beroep is de ontvankelijkheid van de vader onderzocht. Het hof oordeelt dat de vader niet ontvankelijk is in het beroep tegen de ondertoezichtstelling omdat hij geen juridisch ouder is, maar wel ontvankelijk in het beroep tegen de machtiging uithuisplaatsing vanwege zijn substantiële feitelijke zorgtaken en het recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro.
De ondertoezichtstelling wordt bekrachtigd omdat de veiligheid en stabiliteit van de kinderen onvoldoende gewaarborgd is, mede door huiselijk geweld en onvoldoende naleving van een veiligheidsplan door de ouders. De machtiging uithuisplaatsing wordt echter afgewezen omdat de nadelen voor de kinderen, zoals gedragsproblemen en gemis van ouders, zwaarder wegen dan de voordelen. De ouders tonen bereidheid tot verbetering en hebben reeds stappen gezet.
De beschikking wordt aldus deels bekrachtigd (ondertoezichtstelling) en deels vernietigd (machtiging uithuisplaatsing). De vader wordt niet ontvankelijk verklaard in het beroep tegen ondertoezichtstelling maar wel in het beroep tegen uithuisplaatsing. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Ondertoezichtstelling wordt bekrachtigd en machtiging uithuisplaatsing afgewezen per datum beschikking.