Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.2. Feiten
“Info verzoek/bezwaar (..) inkomstenbelasting 2012”en die is gericht aan de
“Belastingdienst/Amsterdam”, heeft belanghebbende het volgende aan de Belastingdienst medegedeeld:
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
In hoger beroep zijn geen (nieuwe) feiten en/of omstandigheden gesteld die een ander oordeel rechtvaardigen. Voor zover belanghebbende heeft bedoeld bezwaar te maken tegen de door haar gestelde ‘verrekeningsbeslissingen’ van de ontvanger geldt dat op grond van artikel 1, tweede lid, IW 1990 de titels 4.1 tot en met 4.3 van de Awb, waaronder dus paragraaf 4.1.3.2 (‘Dwangsom bij niet tijdig beslissen’), buiten toepassing zijn verklaard. Hetzelfde geldt voor beslissingen die de ontvanger van de Belastingdienst/Toeslagen neemt. Ingevolge artikel 12, tweede lid, Awir is paragraaf 4.1.3.2 - behoudens een hier niet ter zake doende uitzondering - niet van toepassing op beschikkingen van de Belastingdienst/Toeslagen.
De inspecteur heeft het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. In zoverre had het beroep gegrond moeten worden verklaard. Voor zover het beroep van belanghebbende betrekking heeft op beslissingen inzake de dwangsom is het terecht door de rechtbank ongegrond verklaard.
5.Proceskosten
6.6. Beslissing
aanslag IB/PVV 2012;
IB/PVV 2012;
€ 12,90, en
en € 124 (Hof), totaal € 170, aan belanghebbende te vergoeden.