ECLI:NL:GHAMS:2018:4468
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging leaseovereenkomst wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenoot
In deze civiele zaak stond de geldigheid van een effectenleaseovereenkomst tussen [appellante] en Dexia Nederland B.V. centraal. De echtgenoot van [appellante] had de nietigheid van de overeenkomst ingeroepen wegens het ontbreken van zijn schriftelijke toestemming, zoals vereist onder art. 1:88 BW Pro. De kantonrechter had het beroep op verjaring van deze vernietigingsvordering toegewezen, maar het hof vernietigde dit oordeel.
Het hof oordeelde dat het bewijsvermoeden dat de echtgenoot vóór 13 maart 2000 kennis had van de overeenkomst, ontzenuwd was door consistente verklaringen over de financiële huishouding en het beheer van de en/of-rekening. Dexia kon onvoldoende concrete feiten aanvoeren om het tegendeel te bewijzen.
Vervolgens werd vastgesteld dat Dexia de leaseovereenkomst rechtsgeldig was vernietigd en veroordeeld tot terugbetaling van alle betaalde bedragen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 11 april 2006. Het hof wees de vordering van Dexia af en veroordeelde Dexia in de proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van schriftelijke toestemming bij koop op afbetaling binnen het huwelijk en de werking van verjaring bij vernietiging van dergelijke overeenkomsten.
Uitkomst: De leaseovereenkomst is vernietigd en Dexia is veroordeeld tot terugbetaling van betaalde bedragen met wettelijke rente vanaf 11 april 2006.