ECLI:NL:GHAMS:2018:3242
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toestaan onmiddellijk cassatieberoep tegen tussenarrest over Nederlandse rechtsmacht
In deze civiele zaak tussen meerdere partijen, waaronder een natuurlijke persoon en diverse rechtspersonen gevestigd in Portugal en de Britse Maagdeneilanden, heeft het hof Amsterdam bij een tussenarrest van 14 augustus 2018 de Nederlandse rechter rechtsmacht toegekend over de vorderingen tegen een in Nederland gevestigde vennootschap en aanverwante vorderingen. Tevens wees het hof een incidentele vordering af vanwege te algemene formulering.
Na dit tussenarrest verzocht appellant [X] het hof om op grond van artikel 401a lid 2 Rv toe te staan dat onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld tegen de beslissing over de rechtsmacht. Dit verzoek werd gesteund door andere partijen, terwijl geïntimeerde PTV zich hiertegen verzette.
Het hof oordeelde dat het om proceseconomische redenen aangewezen is om onmiddellijk cassatieberoep toe te staan, zodat het gehele tussenarrest vatbaar is voor cassatie. Het hof bepaalde daarom bij dit arrest van 4 september 2018 dat tegen het tussenarrest van 14 augustus 2018 onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het hof staat toe dat onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld tegen het tussenarrest over de Nederlandse rechtsmacht.