ECLI:NL:GHAMS:2018:1694
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontvankelijkheid bezwaren en behandeling suppletieaangiften omzetbelasting
Belanghebbende diende suppletieaangiften in voor de jaren 2012 en 2013, die door de inspecteur als bezwaren werden aangemerkt en niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijnen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het Hof stelt vast dat belanghebbende ondernemer was en dat de onderneming door tegenslagen niet operationeel was. Ondanks persoonlijke en financiële problemen slaagde belanghebbende er niet in tijdig bezwaar te maken. De inspecteur handelde correct door de bezwaren niet-ontvankelijk te verklaren. Daarnaast oordeelt het Hof dat suppletieaangiften niet verplicht bij voor bezwaar vatbare beschikking hoeven te worden behandeld, noch dat verzoeken om ambtshalve vermindering een dergelijke beschikking vereisen.
Het Hof bevestigt dat het gesloten stelsel van rechtsbescherming in de belastingwetgeving geen rechtsingang biedt tegen ambtshalve besluiten naar aanleiding van suppleties. Wel kan belanghebbende civielrechtelijk de afwijzing van een negatieve suppletie aanvechten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bezwaren zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard.