Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
primair
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep tegen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van [appellant] door Stichting Amsta wegens vermeend disfunctioneren, verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding.
De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van 1 januari 2017 en een transitievergoeding toegekend. Het hof oordeelt dat Amsta onvoldoende heeft aangetoond dat zij [appellant] een adequaat verbetertraject heeft geboden, zoals een schriftelijk plan van aanpak met tijdpad en externe coaching. De klachten en incidenten, waaronder het portemonnee-incident, zijn onvoldoende om ongeschiktheid of verwijtbaar handelen aan te nemen.
Ook is niet gebleken dat de arbeidsverhouding zodanig verstoord is dat voortzetting redelijkerwijs niet kan worden verlangd. Het hof vernietigt daarom de ontbinding en veroordeelt Amsta tot herstel van de arbeidsovereenkomst per 1 november 2017, zonder terugwerkende kracht of doorbetaling van salaris over de onderbrekingsperiode. Amsta wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ontbinding en veroordeelt tot herstel van de arbeidsovereenkomst per 1 november 2017 zonder terugwerkende kracht.