Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
Een kopie van deze brief en van het proces-verbaal is aan belanghebbende toegezonden.
2.Feiten
arrest Hoge Raad januari 2015
In [dit] memo worden de twee mogelijke scenario’s beschreven welke zijn uitgewerkt in het onderzoek naar de gevolgen van het arrest van de Hoge Raad uit januari 2015 inzake de forensenbelasting (ECLI:NL:HR:2015:222).
(…)
Hoge Raad Ameland 2015:(…)
Samengevat lijkt de uitspraak aan te geven dat het opnemen van een clausule in de overeenkomst met een [verhuurbemiddelingsorganisatie; hierna VBO], waarbij het eigen gebruik tot maximaal 90 dagen wordt uitgesloten, afdoende is om geen forensenbelasting te hoeven betalen.
(…)
Gevolgen voor Bergen:(…)
Scenario A:In dit scenario wordt de uitspraak van de Hoge Raad niet van toepassing geacht voor de praktijk in Bergen.
(…)
Scenario B:Dit scenario gaat uit van een interpretatie die lijnrecht tegenover de interpretatie van scenario A staat. Bij keuze voor dit scenario wordt de uitspraak van toepassing geacht op zo goed als alle situaties waarbij eigen gebruik van de woning is ingeperkt via een clausule in een (bemiddelings)overeenkomst.
(…)
Gevolgen bij keuze scenario B:Bij keuze voor dit scenario zullen alle nog liggende bezwaarschriften 2011 t/m 2013 waarbij soortgelijke uitsluitingen aan de orde zijn gegrond worden verklaard. Voorwaarde blijft dat in deze gevallen niet aantoonbaar is dat het contract niet de werkelijke afspraken weergeeft. Ook de reeds lopende beroepszaken zullen met deze insteek worden beoordeeld en daar waar mogelijk door middel van schikking worden behandeld.
(…)
Risico’s bij keuze scenario B:(…)
Daarnaast wordt aan genoemde nog liggende bezwaren 2011 t/m 2013 waarbij dit vraagstuk speelt een nadeel verbonden van € 450.000,-.
(…)
1. Waar gaat dit voorstel over?(…) Voor het beperken of afwenden van de gevolgen [van het arrest ECLI:NL:HR:2015:222] is een scenario (A) denkbaar waarbij het arrest van de Hoge Raad niet toegepast wordt voor de heffingspraktijk in Bergen. (…)
Tegenover genoemd scenario staat het scenario (B) waarbij geen verdere aanleiding wordt gezien om het arrest van de Hoge Raad te bestrijden. De heffingsambtenaar zal worden opgedragen het arrest van de Hoge Raad in voorkomende en overeenkomstige gevallen toe te passen. Keuze voor dit scenario houdt in dat het genoemd financieel risico als onafwendbaar wordt beschouwd.”
Gevolgen bij keuze scenario B:Bij keuze voor dit scenario zullen alle nog liggende bezwaarschriften 2011 t/m 2013 waarbij soortgelijke uitsluitingen aan de orde zijn gegrond worden verklaard. (…) Ook de reeds lopende beroepszaken zullen met deze insteek worden beoordeeld en daar waar mogelijk door middel van schikking worden behandeld.
(…)
Geadviseerd wordt om te kiezen voor scenario B. Keuze voor dit scenario zal zorgen dat duidelijkheid wordt gecreëerd voor de toekomstige heffing van forensenbelasting en de nog lopende procedures.”
In te stemmen met het besluit van het college om de heffingsambtenaar op te dragen bij de uitvoering van de forensenbelasting het arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2015:222) in voorkomende en overeenkomstige gevallen toe te passen.”
(…)
Om nu alle schijn weg te nemen, zal ik de heffingsambtenaar verzoeken uw hof te berichten aangaande het beleid. Nu is het zo dat de heffingsambtenaar op het moment van dit schrijven al enige tijd ziek is. Naar ik begrepen heb - gelukkig - niet ernstig, maar evenwel ben ik niet in staat om aan te geven op welke termijn de heffingsambtenaar zal reageren.
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
1. Onder de naam “forensenbelasting” wordt een directe belasting geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.
In het beleid van de gemeente speelt gebruik vóór en na die datum geen rol, aldus belanghebbende.
Voorts – en eveneens ten overvloede – verwerpt het Hof de stelling dat het overeenkomen van de 90-dagenclausule als fraus legis moet worden beschouwd. Het heeft belanghebbende vrijgestaan zich contractueel te binden aan een situatie die aansluit bij een in het arrest BNB 1995/272, r.o. 3.5, opgenomen criterium – te weten: ‘verhuur of aan derden (in casu: FOV) toegekende rechten tot verhuur’ – en die tot het daaraan in het arrest BNB 2015/112 verbonden gevolg leidt. Het aangaan van een dergelijke contractuele verplichting komt niet in strijd met doel en strekking van de belastingwet.
Tijdens de nadere zitting in hoger beroep heeft de heffingsambtenaar zich evenwel op het standpunt gesteld dat ook de eigenaren van woningen op andere recreatieparken tot de voor toepassing van de meerderheidsregel relevant te achten groep behoren. Het Hof beoordeelt dit standpunt als volgt. De heffingsambtenaar heeft daartoe aangevoerd dat ook in de parken [park W] , [park K] en [park S] in 2012 de 90-dagenclausule voor alle woningen van toepassing was en dat de gegevens over de aanslagen forensenbelasting betreffende al die woningen mede in de beoordeling moeten worden betrokken. Belanghebbende heeft deze stelling evenwel gemotiveerd betwist. Onder die omstandigheid heeft het op de weg van de heffingsambtenaar gelegen om zijn stelling (nader) te onderbouwen. Hierin acht het Hof de heffingsambtenaar niet geslaagd. Niet is duidelijk geworden waarop de heffingsambtenaar zijn informatie over de overige recreatieparken heeft gebaseerd; één of meer voorbeelden van verhuurbemiddelingsovereenkomsten met andere organisaties dan FOV zijn niet overgelegd. Dit klemt in het bijzonder, nu mr. Wiegeraad ter zitting van het Hof van 23 november 2016 heeft verklaard dat hij (aanvankelijk) niet heeft onderzocht welke verhuurbemiddelingsovereenkomsten door de eigenaren van recreatiewoningen in de gemeente Bergen werden gebruikt. Het Hof zal zich bij de beoordeling van de vraag of de meerderheidsregel is geschonden beperken tot de groep eigenaren van woningen op het park [park B] . Dat het hier overigens gaat om een groep gevallen die voor de toepassing van artikel 2 van Pro de Verordening als voldoende vergelijkbaar zijn aan te merken is tussen partijen verder niet in geschil.
5.Proceskosten
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de aanslag forensenbelasting 2012, en
- bepaalt dat het bestuursorgaan aan belanghebbende het door hem in beroep en hoger beroep
betaalde griffierecht vergoedt, ten bedrage van € 168 (= € 45 + € 123).