Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
5.Beoordeling van het geschil
“een ieder (…) recht (heeft) op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven”. Lid 2 bepaalt vervolgens dat
“geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid(Hof: en enige andere opgesomde belangen)
”.
“privéleven”een
“broad term”is die zich niet voor een uitputtende definitie leent (zie onder andere EHRM 28 januari 2003, nr. 44647/98, Peck v. United Kingdom, par. 57). Uit de sterk casuïstische jurisprudentie kan het volgende worden afgeleid.
“inmenging”op. Zo vormen waarnemingen in de publieke ruimte op zichzelf geen
“inmenging”, ook niet als die waarnemingen plaatsvinden met behulp van apparatuur zoals camera’s. Bijzondere omstandigheden kunnen dat anders maken, bijvoorbeeld indien de waarnemingen systematisch worden opgeslagen en bewerkt, op een wijze als aan de orde in het door belanghebbende aangevoerde arrest van 24 februari 2017. De Hoge Raad overwoog dat sprake was van een inmenging in het privéleven:
“significant”) omstandigheid die een rol speelt bij de vraag of een waarneming door de overheid een verboden inmenging oplevert, is de redelijke verwachting die de burger in de omstandigheden van het geval mocht hebben ten aanzien van zijn privacy.
“jarenlang bewaren van gegevens over de bewegingen van voertuigen (…) waarbij het doel (mede) is om aan de hand van een analyse van die gegevens per voertuig een beeld te krijgen van de verplaatsingen daarvan gedurende een jaar”.Evenmin heeft het Hof enige andere omstandigheid in het dossier kunnen onderkennen, die de onderhavige waarneming in de publieke ruimte tot een verboden inmenging zou maken, of anderszins de conclusie rechtvaardigen dat artikel 8 EVRM Pro zou zijn geschonden.