Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.Het geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het hoger beroep
nietdient plaats te vinden aan de hand van de werkelijk op de peildatum aanwezige saldi, maar dat van hogere saldi dient te worden uitgegaan. Het hof dient zich daarbij te baseren op een door [X] , kantoorgenoot van de advocaat van de vrouw en de huidige partner van de vrouw, opgesteld overzicht dat als representatief dient te worden beschouwd volgens de vrouw. Mocht het hof dit overzicht niet direct willen volgen, dan verzoekt de vrouw subsidiair om een deskundige aan te stellen met de opdracht om de reconstructie te controleren c.q. te beoordelen, al dan niet door het opstellen van een eigen, aanvullende reconstructie.
“Vanaf 2001 is telkens ook een gedeelte ondergebracht in een trust. Dat was een andere trust dan de trust waarin het tekengeld is ondergebracht. Dat er zo’n trust is geweest weet ik omdat ik in 2001 mee moest naar de club om te tekenen. Ik heb twee documenten moeten ondertekenen, daarom veronderstel ik eigenlijk dat er twee trusts zijn opgericht in 2001. Die twee trusts stonden aanvankelijk op mijn naam, later is dat veranderd. Ik heb aangenomen dat het geld dat is ondergebracht in die trusts gespaard is. (…) Ik heb de gang van zaken binnen de trusts verder niet gevolgd.”
“Toen wij uit Schotland vertrokken zei [de man] mij dat er een vermogen van zo’n vier à vijf miljoen Schotse ponden was opgebouwd. Hij heeft dat bij herhaling gezegd. Zo herinner ik mij dat hij het plan had opgevat om een huis te kopen op Curaçao. We zijn in 2005 twee keer naar Curaçao gereisd om naar huizen te kijken. Hij had het oog laten vallen op huizen die tussen de één en twee miljoen dollar moesten kosten. Hij legde mij uit dat wij ons een dergelijk huis konden veroorloven, omdat er een vermogen was van vier à vijf miljoen Schotse ponden. Meer precies herinner ik me dat dat vermogen in 2004 zo’n vier miljoen Schotse ponden bedroeg. Na ontvangst van het tekengeld was dat vermogen gegroeid naar zo’n vijf miljoen Schotse ponden. (…) Verder heeft [de man] mij uitgelegd dat het geld in trusts zat. Ik weet van drie trusts. De derde trust is opgericht in verband met het tekengeld, dat was in 2004. Bij die oprichting van die trust ben ik verder niet betrokken. Ik heb ook pas veel later begrepen dat die trust is opgericht. [de man] heeft mij verteld dat al die trusts hun zetel hadden op Guernsey of Jersey. (…) De omvang van het vermogen dat in de trusts was ondergebracht heb ik alleen van [de man] gehoord.”