Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
.
Gerechtshof Amsterdam
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een woning vast op €520.000 en legde een aanslag onroerendezaakbelasting op. Belanghebbende diende een bezwaarschrift in dat volgens het poststempel na afloop van de wettelijke termijn ter post was bezorgd. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat het bezwaar wel tijdig was ingediend, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het Hof hanteerde het bewijsrechtelijke uitgangspunt dat de datum van het poststempel bepalend is voor de terpostbezorging, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat het bezwaarschrift eerder is verzonden. Belanghebbende slaagde hier niet in, ondanks zijn stellingen over mogelijke vertragingen bij de postdienst en het niet aantreffen van de beschikking na vakantie.
Het Hof oordeelde dat de beschikking en aanslag tijdig waren verzonden en dat het bezwaarschrift op 15 april 2014 ter post was bezorgd, na afloop van de termijn die op 11 april 2014 eindigde. Er was geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de WOZ-waarde en aanslag is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.