Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
€ 58,90 (inclusief kosten).
2.Feiten
2.2. Ter zake daarvan is namens de heffingsambtenaar een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd en – na raadpleging van het register voor kentekenhouders – aan de kentekenhouder, te weten belanghebbende, uitgereikt.
3.3. Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Het kentekenparkeren behelst kort gezegd een heffingstechniek waarbij de parkeerder wanneer hij parkeerbelasting voldoet, het kenteken van de auto intoetst op de parkeerautomaat. De controle op het betalen van parkeerbelasting wordt uitgevoerd met behulp van een “scanauto”, die de kentekens van de auto’s die geparkeerd staan registreert en vergelijkt met de in de parkeerapparatuur opgeslagen gegevens van geparkeerde auto’s. De registratie van de kentekens van auto’s waarvoor geen parkeerbelasting is betaald en waarvoor ook geen vergunning is gegeven, resulteert in naheffingsaanslagen. De gemeente Amsterdam is om verschillende redenen tot deze heffingstechniek overgegaan. Enerzijds vanwege efficiencyredenen, waarbij de voorheen arbeidsintensieve handmatige parkeercontrole is overgenomen door een zogenoemde scanauto, hetgeen tot een aanzienlijke financiële besparing leidt op de heffingskosten en waarmee een stijging van de parkeertarieven in 2013 is voorkomen. Anderzijds is voor kentekenparkeren gekozen om redenen van fraudebestrijding. Die fraude bestond er uit dat parkeerders geen parkeerbelasting betaalden, maar een door een andere parkeerder gekocht parkeerkaartje achter de voorruit plaatsten, aldus verweerder.
Daarbij acht de rechtbank van belang dat de kentekengegevens zoals die bij het doen van aangifte door de parkeerder worden verstrekt en worden waargenomen door de scanauto van verweerder, niet prima vista herleidbaar zijn tot een bepaald persoon. Verweerder gaat uitsluitend over tot het herleiden van de kentekengegevens naar een persoon wanneer er geen parkeerbelasting is voldaan. In het normale geval wanneer een parkeerder ter zake van het parkeren parkeerbelasting voldoet, komt het niet tot een koppeling van een kenteken en de kentekenhouder. In zoverre is er geen onderscheid met de wijze van heffen, zoals die voorheen door verweerder werd toegepast. Van een ongeoorloofde inbreuk in de zin van artikel 8 EVRM Pro is onder deze omstandigheden geen sprake.
Wie de auto parkeert in een gebied met betaald parkeren, moet bij het voldoen van de parkeerbelasting het correcte voertuigteken invoeren. Dit kenteken dient als referentie, wanneer de scanauto op straat kentekens van geparkeerde auto’s scant. Per kenteken wordt in de database met parkeerbetalingen gecheckt of voor het betreffende kenteken een parkeerrecht bestaat. Zo’n parkeerrecht ontstaat door de parkeerbelasting te voldoen via een betaling aan de parkeerautomaat (…). Daarmee is het voertuigkenteken het unieke kenmerk van elk parkeerrecht: zonder het kenteken kan een betaling niet worden teruggevonden en moet worden aangenomen dat (…) niet is betaald. (…) Voor de verzending van de naheffingsaanslag, wordt het betreffende voertuigkenteken gekoppeld aan naam en adres van de kentekenhouder, waarvoor de Rijksdienst voor het Wegverkeer de gegevens levert aan Belastingen Gemeente Amsterdam. Pas op dat moment worden Naam-Adres-Woonplaats gegevens aan een kenteken gekoppeld.
(…)
De kentekens worden in een landelijke database(Nationaal Parkeerregister, ook wel afgekort met NPR) opgeslagen zodat Cition [Hof: het bedrijf dat betaald parkeren controleert] de controle op betaald parkeren digitaal kan uitvoeren. Controleurs en scanauto’s van Cition maken gebruik van deze database. De controleur krijgt van het systeem het signaal terug of voor het opgevraagde kenteken (voldoende) betaald is. Persoonsgegevens worden niet opgeslagen.
De scan van een kenteken waarvoor voldoende was betaald, wordt de eerstvolgende nacht weer verwijderd uit het centrale parkeerregister. Deze scan komt niet in een archief terecht en wordt ook niet gekoppeld aan een naam of adres.
(…)
Bewaartermijnen en privacyEen scan van een kenteken waarvoor niet of onvoldoende was betaald, blijft 90 dagen (13 weken) bewaard. Deze wettelijke bewaartermijn is nodig voor het afhandelen van een eventueel bezwaar en daarop volgend beroep. (…) Elke gemeente kan alleen de eigen parkeerrechten en controles inzien. Medewerkers kunnen alleen die gegevens inzien die ze voor het uitoefenen van hun functie nodig hebben (…). Zij kunnen geen lijst uitdraaien waarop staat wie er (…) in de gemeente een kaartje in de automaat hebben gekocht. Is het kenteken onbekend bij de medewerker, dan kan het niet teruggezocht worden in NPR.
De kentekens uit de parkeerrechten worden als volgt bewaard:
(…)
b. Het parkeerrecht wordt na afloop van de eerste 3 maanden nog 10 maanden zonder kenteken bewaard in het centrale parkeerregister
c. Het parkeerrecht wordt na afloop van die 13 maanden nog 7 jaar in een archiefdatabase bewaard
(…).”
(…)
De uitvoeringskosten van het kentekenparkeren zijn laag door de effectiviteit ervan, dit resulteert in een besparing op de heffingskosten en een hogere opbrengst (..). Aangezien de opbrengsten naar algemene middelen vloeien wordt het economisch welzijn van de Gemeente Amsterdam vergroot.
(…)
Een minder op privacy inbreukmakend alternatief met dezelfde voordelen van effectiviteit en efficiëncy is niet voorhanden. (..) aan vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit is voldaan.
(…)
Een kenteken kan worden aangemerkt als een persoonsgegeven zoals bedoeld in de Wbp. (…) [De Wbp] verbiedt de verwerking van persoonsgegevens tenzij wordt voldaan aan de in de wet omschreven rechtmatigheidsvereisten. Het College bescherming persoonsgegevens (hierna Cbp) controleert of de Gemeente Amsterdam aan die rechtmatigheidsvereisten heeft voldaan. (…) Op grond van artikel 27 Wbp Pro heeft de Gemeente Amsterdam voordat is aangevangen met het verwerken van kentekengegevens melding daarvan gedaan bij het Cbp. (…) Navraag bij het Cbp leert dat dit college (…) geen reden ziet om een onderzoek te doen en een zienswijze te formuleren over eventueel onrechtmatig gebruik van persoonsgegevens bij het kentekenparkeren (…).”
De kentekens zelf, bestaande uit 6 karakters, worden, voordat zij door Cition – het bedrijf dat voor de gemeente controleert welke voertuigen zijn geparkeerd en of ter zake van die voertuigen parkeerbelasting is voldaan – naar het Servicecentrum worden verzonden, omgezet in 40 karakters, een versleutelde code. Het Servicecentrum beschikt dus niet over de kentekengegevens als zodanig.
Het Servicecentrum is daarvan formeel de beheerder. De feitelijke werkzaamheden, waaronder de opslag en verwerking van de gegevens, worden op basis van een overeenkomst van dienstverlening verricht door de RDW.
Een kenteken is in mijn opvatting niet een persoonsgegeven als bedoeld in (artikel 1 van Pro) de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).
In zoverre mist artikel 8 Wbp Pro toepassing.
4.9.5. Voor zover belanghebbende heeft bedoeld dat ook indien hij wel ter zitting aanwezig zou zijn geweest, de heffingsambtenaar eerst ter zitting met argumenten is gekomen die hij eerder naar voren had behoren te brengen, verwerpt het Hof deze klacht, omdat daarvoor op grond van hetgeen in het verweerschrift in eerste aanleg en in het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank is vermeld geen dan wel onvoldoende grond aanwezig is.