Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
,
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, een maatschap van drie vennoten die een champignonkwekerij exploiteert, vordert aftrek van omzetbelasting over de bouw van een pand dat deels voor bedrijfsdoeleinden en deels voor privégebruik werd aangewend. Het pand is gebouwd op grond van twee vennoten en gefactureerd aan hen. Hoewel belanghebbende de bouwkosten heeft betaald, is het pand juridisch eigendom van het echtpaar dat de grond bezit.
Na eerdere procedures en cassaties door de Hoge Raad is het geschil beperkt tot de vraag of het pand tot het bedrijf van belanghebbende behoort in de zin van artikel 6, lid 2, letter a, van de Zesde richtlijn. Het hof oordeelt dat belanghebbende niet als afnemer van het pand kan worden aangemerkt en het pand niet tot haar ondernemingsvermogen behoort. De stelling dat het pand een investeringsgoed van belanghebbende is, wordt verworpen omdat het pand eigendom is van het echtpaar en geen huurovereenkomst of vergoeding is vastgesteld.
Het hof wijst het beroep van belanghebbende af en bevestigt dat geen recht op aftrek van de omzetbelasting bestaat. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 22 mei 2014.
Uitkomst: Het Gerechtshof Amsterdam bevestigt dat het pand niet tot het bedrijf van belanghebbende behoort en wijst het hoger beroep af.