ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ2275
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling vennootschapsbelasting voor erkende thuiszorginstelling met AWBZ-toelating
Belanghebbende, een erkende thuiszorginstelling met AWBZ-toelating, voerde werkzaamheden uit waarbij zorg werd verleend door zelfstandige zorgverleners (ZZP-ers). De inspecteur stelde dat belanghebbende belastingplichtig was voor de vennootschapsbelasting omdat zij een onderneming dreef en niet voldeed aan de vrijstellingscriteria.
De rechtbank Haarlem had deels geoordeeld dat belanghebbende belastingplichtig was, maar het Hof Amsterdam vernietigde dit voor de jaren 2004 en 2005. Het Hof oordeelde dat belanghebbende een onderneming drijft vanwege de structurele exploitatieoverschotten en deelname aan het economische verkeer, maar dat zij toch onder de subjectieve vrijstelling van artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 valt.
Het Hof stelde dat de organisatorisch/bestuurlijke taken van belanghebbende nauw verbonden zijn met de uitvoerende zorg, ook al worden de zorgactiviteiten door ZZP-ers verricht. Deze werkzaamheden zijn specifiek en niet te vergelijken met gewone administratieve diensten. Belanghebbende voldoet aan de instellingentoets, winstbestemmingstoets en werkzaamhedentoets van de zorgvrijstelling. Tevens werden verzuimboeten verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Het hoger beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, dat van de inspecteur ongegrond, en de aanslagen vennootschapsbelasting 2004 en 2005 werden verminderd tot nihil. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Belanghebbende is vrijgesteld van vennootschapsbelasting over 2004 en 2005 en aanslagen worden verminderd tot nihil.