ECLI:NL:GHAMS:2012:BY7734
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen verjaring van gemeentegrond door gebruiker huurwoning wegens ontbreken ondubbelzinnig bezit
In deze zaak stond centraal of appellant door verjaring eigenaar was geworden van een strook gemeentegrond achter zijn huurwoning. Appellant huurt sinds 1976 een woning waarvan de achtertuin grenst aan gemeentegrond. Hoewel bewoners van andere woningen toestemming hadden gekregen om stroken grond in gebruik te nemen, had appellant geen expliciete toestemming van de gemeente.
De gemeente vorderde ontruiming van het perceelsgedeelte dat appellant in gebruik had genomen, omdat het eigendom van de gemeente bleef en appellant geen recht of titel had. Appellant voerde verjaring aan, stellende dat hij het perceelsgedeelte sinds 1983 in bezit had. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van bezit in de zin van de wet, omdat het gebruik niet ondubbelzinnig was en ook duidde op gebruik als huurder.
Het hof bevestigde dat het vereiste van ondubbelzinnigheid ontbrak, mede omdat appellant huurder was en geen toestemming had gevraagd. Ook het beroep op rechtszekerheid en het vertrouwensbeginsel faalde, omdat appellant niet mocht vertrouwen op het niet-optreden van de gemeente. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het beroep van appellant af, waarbij hij wordt veroordeeld tot ontruiming van de gemeentegrond en betaling van proceskosten.