ECLI:NL:GHAMS:2012:BY4964
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslagen wegens onvoldoende bewijs urencriterium en onterechte omzetcorrecties
Belanghebbende, een belastingadviseur met een eenmanszaak en directeur van A BV, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen over de jaren 2000 tot en met 2004. De inspecteur had onder meer de zelfstandigenaftrek betwist, autokosten beperkt toegelaten en de winst verhoogd wegens vermeende niet-gedeclareerde diensten aan A BV.
De rechtbank verklaarde een deel van de beroepen ongegrond, maar het Gerechtshof vernietigt deze beslissing deels. Het Hof oordeelt dat de inspecteur terecht beschikte over een nieuw feit, omdat voorafgaand aan het boekenonderzoek geen adequaat uurtarief bekend was en belanghebbende onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn gefactureerde uren.
Het Hof stelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het urencriterium van 1225 uur per jaar behaalde. De ingebrachte verklaringen en overzichten zijn onvoldoende betrouwbaar en onvoldoende onderbouwd. Ook de door belanghebbende opgevoerde autokosten zijn niet aannemelijk gemaakt.
Voorts oordeelt het Hof dat de inspecteur onvoldoende heeft onderbouwd dat de winstcorrectie van € 6.806 in 2002 terecht was. Daarnaast is de omzetcorrectie wegens vermeende niet-gedeclareerde diensten aan A BV niet bewezen. De navorderingsaanslagen worden daarom verminderd. Het Hof veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in hoger beroep en gelast vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het Hof vermindert de navorderingsaanslagen wegens onvoldoende bewijs van het urencriterium en onterechte omzetcorrecties en veroordeelt de inspecteur in proceskosten.