ECLI:NL:GHAMS:2012:BX9671
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag met verlengde navorderingstermijn in belastingzaak
Belanghebbende diende op 8 juni 2009 een verklaring van buitenlands vermogen in bij de Belastingdienst Breda, waarin een buitenlandse bankrekening in Zwitserland werd vermeld. De inspecteur legde op 1 juni 2010 een navorderingsaanslag op voor het jaar 2006, waarbij gebruik werd gemaakt van de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar. Belanghebbende stelde dat de aanslag niet met redelijke voortvarendheid was opgelegd en dat de verlengde navorderingstermijn in strijd was met het EG-Verdrag en internationale verdragen.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur de aanslag met redelijke voortvarendheid had voorbereid en vastgesteld, mede gelet op de correspondentie en contacten tussen partijen. Het Hof bevestigt dit oordeel en stelt vast dat de verlengde navorderingstermijn gerechtvaardigd is vanwege de noodzaak fiscale controles effectief te kunnen uitvoeren, ook bij buitenlandse vermogensbestanddelen. Tevens is geen sprake van discriminatie in strijd met het gemeenschapsrecht of internationale verdragen.
Belanghebbende was niet verschenen bij de zitting van de rechtbank, waardoor diens betwisting van de feiten ontbrak. Het Hof gaat daarom uit van de feiten zoals door de inspecteur gesteld en door de rechtbank overgenomen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag met verlengde navorderingstermijn wordt bevestigd.