ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4436
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J. Leijdekker
- F.J.P.M. Haas
- A.O. Lubbers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen belastingaanslag en vergrijpboete wegens niet-aangegeven inkomsten en pleitbaar standpunt
Belanghebbende werd geconfronteerd met een belastingaanslag voor het jaar 2004 waarbij een aanzienlijk bedrag aan niet-aangegeven inkomsten werd gecorrigeerd. Tevens werd een vergrijpboete opgelegd wegens opzettelijk onvolledige aangifte. In eerste aanleg werd het beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigde het Hof dat belanghebbende niet de vereiste aangifte had gedaan en dat de aanslag berust op een redelijke schatting.
Belanghebbende voerde aan dat een deel van de deposito’s niet aan hem toebehoorde en dat hij een pleitbaar standpunt had. Het Hof oordeelde dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de bedragen niet aan hem toerekenbaar waren en dat er geen sprake was van een pleitbaar standpunt. Ook werd geoordeeld dat de strafrechtelijke vervolging en de bestuurlijke boete verschillende rechtsgoederen beschermen, zodat geen sprake is van dubbele bestraffing.
Het Hof vernietigde het vonnis voor zover het de boete betrof, verklaarde het beroep gegrond, handhaafde de aanslag en matigde de boete tot 40% van het aan de correctie gerelateerde belastingbedrag. Tevens werd belanghebbende in de proceskosten van het hoger beroep en beroep veroordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de boete is gematigd tot 40% van het aan de correctie gerelateerde belastingbedrag, en de aanslag is gehandhaafd.