ECLI:NL:RBHAA:2009:BK3118
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van Dongen
- R.H.M. Bruin
- J.H. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling navorderingsaanslag en vergrijpboete inkomstenbelasting 2002-2004
De rechtbank Haarlem behandelde het beroep tegen navorderingsaanslagen en vergrijpboetes inkomstenbelasting over de jaren 2002 tot en met 2004. De belastingplichtige werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetes wegens het niet aangeven van inkomsten uit overige werkzaamheden en sparen en beleggen. De zaak spitste zich toe op de juistheid van de vermogensvergelijking en de vraag of de niet-aangegeven inkomsten in Nederland of elders belastbaar waren.
Voor 2002 concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat eiser extra inkomsten had genoten die niet waren aangegeven. De boete voor 2002 werd daarom vernietigd. Voor 2003 en 2004 werd aangenomen dat eiser inkomsten uit strafbare feiten en handel niet had aangegeven, wat werd ondersteund door een eerdere strafrechtelijke veroordeling en de vermogensvergelijking. De beroepen voor deze jaren werden ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van dubbele bestraffing, omdat de strafrechtelijke vervolging betrekking had op andere feiten dan de bestuurlijke boetes. De boetes werden passend geacht gezien de ernst van de gedragingen en de wijze waarop eiser geldbedragen buiten het zicht van de belastingdienst hield. De redelijke termijn voor de boetebehandeling was overschreden, wat leidde tot een vermindering van de boetes met 10 procentpunt.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser voor het beroep over 2002. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Haarlem op 11 november 2009.
Uitkomst: Navorderingsaanslag en boete 2002 vernietigd, beroepen 2003 en 2004 ongegrond verklaard.