ECLI:NL:GHAMS:2012:BW1498
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.F. Faase
- A.M. van Amsterdam
- D.J. de Korte
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake giftenaftrek bij periodieke schenking van certificaten aan een stichting
Belanghebbende erfde de verplichting tot jaarlijkse levering van certificaten van aandelen aan een algemeen nut beogende stichting, voortvloeiend uit een schenking van zijn moeder. De kern van het geschil betrof de vraag of deze jaarlijkse overdrachten als aftrekbare giften konden worden aangemerkt en hoe de waarde van deze giften moest worden vastgesteld.
Het hof stelde vast dat de schenking in 2001 perfect werd en dat de verplichting tot periodieke uitkeringen juridisch afdwingbaar was. De beoordeling van het vereiste van vrijgevigheid vindt plaats op het moment van de schenking, niet bij de latere jaarlijkse overdrachten. De jaarlijkse uitkeringen van 16.000 certificaten werden als vaste en gelijkmatige periodieke giften aangemerkt.
De tweede termijn van certificaten, die in 2002 niet tijdig werd geleverd maar in 2003 met een stockdividend werd gecompenseerd, werd beschouwd als rentedragend vanaf 2002 en had toen als gift in aanmerking moeten worden genomen. De waarde van de certificaten voor de aftrek werd vastgesteld op het moment van terbeschikkingstelling, waarbij de actuele koers van € 11 per certificaat gold.
De aanslag inkomstenbelasting werd dienovereenkomstig verminderd en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de giftenaftrek toegekend.