ECLI:NL:PHR:2012:BY8105
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Giftenaftrek voor periodieke uitkeringen en schenkingsrecht na overlijden erflater
De zaak betreft de vraag of een erfgenaam giftenaftrek kan toepassen voor periodieke uitkeringen uit een schenking die door de erflater was gedaan en na haar overlijden door de erfgenamen wordt uitgevoerd. De moeder van belanghebbende had een schenking gedaan in de vorm van periodieke uitkeringen van certificaten aandelen aan een algemeen nut beogende stichting, vastgelegd in een notariële akte. Na haar overlijden gingen de verplichtingen tot uitkering en betaling van het schenkingsrecht onder algemene titel over op de erfgenamen.
De Rechtbank wees de aftrek af omdat de betaling niet ten laste kwam van het vermogen van belanghebbende. Het Hof verklaarde het hoger beroep gegrond en oordeelde dat de periodieke uitkeringen aftrekbaar zijn als gift, ook als zij door de erfgenamen worden voldaan. De betaling van het schenkingsrecht werd eveneens als aftrekbaar beschouwd.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen het oordeel over de aftrekbaarheid van de periodieke uitkeringen en het schenkingsrecht. De Hoge Raad bevestigde dat de periodieke uitkeringen onder algemene titel zijn overgegaan en aftrekbaar zijn als gift, mits voldaan is aan de voorwaarden van de Wet IB 2001, zoals de eis van vaste en gelijkmatige uitkeringen en de notariële akte. De betaling van het schenkingsrecht door de erfgenamen is echter geen gift en dus niet aftrekbaar. De klacht over het niet voldoen aan de eis van vaste en gelijkmatige uitkeringen faalde omdat de wet niet vereist dat de uitkeringen daadwerkelijk jaar voor jaar zijn betaald, maar dat de verplichting daartoe bestaat.
De Hoge Raad benadrukte dat de toetsing van vrijgevigheid plaatsvindt op het moment van het aangaan van de schenking en niet bij de betaling door de erfgenamen. De zaak verduidelijkt de toepassing van giftenaftrek bij periodieke giften in natura en de gevolgen van erfrechtelijke verkrijging van schenkingsverplichtingen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat periodieke uitkeringen uit een schenking aftrekbaar zijn als gift door erfgenamen, maar de betaling van het schenkingsrecht niet.