ECLI:NL:GHAMS:2012:BV1102
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontnemingsvordering wederrechtelijk verkregen voordeel in drugshandel en witwassen
De veroordeelde werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplegen van drugshandel en witwassen. Het openbaar ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, berekend via een abstracte methode op basis van investeringen en kosten.
In hoger beroep betwistte de verdediging de toepassing van de abstracte methode, de hoogte van de inkoopprijzen, de herkomst van leningen en kosten, en de betrokkenheid bij witwassen. Het hof verwierp deze verweren wegens gebrek aan concrete onderbouwing en aannemelijkheid.
Het hof bevestigde dat de abstracte methode passend is bij gebrek aan concrete financiële gegevens en dat het wederrechtelijk verkregen voordeel ten minste gelijk is aan de investeringen en kosten, die niet uit legale bronnen konden komen.
Hoewel de redelijke termijn was overschreden, matigde het hof het ontnemingsbedrag slechts licht en legde de verplichting tot betaling van €3.800.000,00 aan de Staat op. Het arrest vernietigt het eerdere vonnis en doet opnieuw recht.
Uitkomst: Het hof legt een ontnemingsverplichting van €3.800.000,00 op aan de veroordeelde wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel en witwassen.