ECLI:NL:RBAMS:2009:BH6018
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.M. van Oosten
- M. Vaandrager
- C. Kraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij handel in wiet met toepassing abstracte methode
De rechtbank Amsterdam heeft op 10 februari 2009 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte, die eerder veroordeeld was voor leidinggeven aan een criminele organisatie en medeplegen van handel in verdovende middelen en witwassen. De zaak betreft de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit deze strafbare feiten over de periode van 1 maart 1993 tot en met 31 december 2003.
De ontnemingsvordering is tijdig ingediend en ontvankelijk verklaard. De rechtbank hanteert de abstracte berekeningsmethode, zoals aanvaard door de Hoge Raad, waarbij investeringen en kosten in drugstransporten worden opgeteld en verondersteld wordt dat deze zijn gefinancierd uit eerder wederrechtelijk verkregen voordeel. Verweren van de verdediging tegen deze methode en de hoogte van het voordeel worden verworpen, mede omdat geen concrete tegenbewijzen zijn aangevoerd.
De rechtbank past een matiging toe op het ontnemingsbedrag wegens overschrijding van de redelijke termijn, conform jurisprudentie van de Hoge Raad. Ook wordt een lening aan een derde slechts voor de helft toegerekend om dubbeltelling te voorkomen. Uiteindelijk legt de rechtbank een betalingsverplichting van circa €2.834.368,- op aan verdachte. De uitspraak is gewezen door drie rechters en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De rechtbank legt aan verdachte een ontnemingsmaatregel op van circa €2.834.368,- wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in wiet.