ECLI:NL:GHAMS:2011:BT7082
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen wegens overschrijding redelijke termijn en beoordeling boete Rekeningenproject
Belanghebbende stelde beroep in tegen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen opgelegd in het kader van het Rekeningenproject, waarbij buitenlandse banktegoeden niet waren opgegeven.
Het hof oordeelde dat de inspecteur de navorderingsaanslagen, opgelegd met toepassing van artikel 16 lid 4 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen, niet binnen een redelijke termijn had opgelegd. De inspecteur kon geen verklaring geven voor het ruim een jaar durende tijdsverloop tussen aankondiging en oplegging, waardoor deze aanslagen werden vernietigd.
De navorderingsaanslag VB 1998, opgelegd met artikel 16 lid 3 AWR Pro, bleef in stand. Het hof bevestigde dat de verhoging van 50% passend was vanwege het opzettelijk niet opgeven van de buitenlandse tegoeden. De boetevermindering was conform de vaste gedragslijn van de Belastingdienst. Tevens werd een forfaitaire proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen opgelegd met artikel 16 lid 4 AWR worden vernietigd wegens overschrijding redelijke termijn; navorderingsaanslag VB 1998 blijft in stand met boete van 50%.