ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ5806
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beroepsaansprakelijkheid advocaat wegens te laat instellen beroep en schadevergoeding
In deze civiele procedure staat de beroepsaansprakelijkheid van een advocaat centraal die te laat beroep instelde tegen door het UWV opgelegde naheffingsaanslagen premie aan een restaurant. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank Amsterdam vernietigd en zelf uitspraak gedaan.
De kern van het geschil betreft de inschatting van de kans dat het beroep gegrond zou zijn verklaard indien het tijdig was ingesteld, en de berekening van de daardoor geleden schade. Tevens is de invloed van een schikkingsovereenkomst met de belastingdienst en de weigering van het bestuursorgaan om terug te komen op een eerder genomen besluit besproken.
Het hof acht de gevorderde kosten van accountants en advocaten redelijk en toewijsbaar, maar wijst de vergoeding van immateriële schade en kosten van uitkoop af wegens onvoldoende onderbouwing. Uiteindelijk veroordeelt het hof de advocaat en zijn maatschap hoofdelijk tot betaling van €110.835,07, vermeerderd met wettelijke rente vanaf respectievelijk 1 januari 2001 en de dag van dagvaarding in 2006, en in de proceskosten.
Uitkomst: Advocaat en maatschap worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €110.835,07 schadevergoeding met wettelijke rente en proceskosten wegens te laat instellen van beroep.