ECLI:NL:RBAMS:2008:BC5970
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens verloren kans op schikking door beroepsfout advocaat
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of eiser schade had geleden door een beroepsfout van zijn advocaat, die te laat beroep had ingesteld tegen een beslissing van het LISV en het proces-verbaal met observatierapport te laat had toegezonden. De rechtbank had in een eerder tussenvonnis vastgesteld dat sprake was van een beroepsfout, maar nu moest worden beoordeeld of hierdoor een verloren kans op een schikking met het LISV bestond en wat de hoogte van de buitengerechtelijke kosten was.
Eiser stelde dat de verloren kans op een succesvolle schikking 100% bedroeg, verwijzend naar een vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst die de juistheid van zijn loonadministratie bevestigde. De rechtbank oordeelde echter dat onvoldoende was komen vast te staan dat het LISV bereid zou zijn geweest tot een schikking, mede gelet op correspondentie waaruit bleek dat het GAK geen schikkingen trof bij frauduleus handelen en dat aan voorwaarden ten aanzien van crediteuren niet was voldaan.
De rechtbank verwierp ook de stelling dat de loonadministratie terecht was verworpen door het LISV, aangezien er onjuistheden waren omtrent een werknemer en fooien. Gelet op deze feiten concludeerde de rechtbank dat eiser geen schade had geleden door de verloren kans op een schikking. De vorderingen tot vergoeding van schade en buitengerechtelijke kosten werden daarom afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens verloren kans op schikking wordt afgewezen omdat onvoldoende schade is vastgesteld.