ECLI:NL:GHAMS:2008:BG6263
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.H.F.M. Cortenraad
- A.S. Arnold
- A.K.C. de Brauw
- Rechtspraak.nl
Bank tekortgeschoten in bijzondere zorgplicht bij effectenlease met restschuldrisico
De belegster sloot in november 2000 twee lease-overeenkomsten voor effecten met de bank, waarbij zij een lening aanging om te beleggen in effecten die zij leaste. De belegster betaalde rente en aflossingen, maar beëindigde de overeenkomsten in 2006 wegens onvrede en stelde de bank aansprakelijk voor schade.
De kantonrechter kende gedeeltelijk vergoeding toe en verbood verdere negatieve registratie bij het Bureau Krediet Registratie. De bank ging in hoger beroep en stelde dat de lease-overeenkomsten geldig waren, dat zij niet tekort was geschoten en dat de belegster de schade zelf moest dragen.
Het hof oordeelde dat de bank een bijzondere zorgplicht had tegenover de particuliere belegster, die zij schond door niet duidelijk te waarschuwen voor het risico van een restschuld bij tussentijdse beëindiging en door onvoldoende haar financiële draagkracht te toetsen. De belegster mocht er niet van uitgaan dat zij zonder risico was. De bank is aansprakelijk voor de schade, maar de vergoedingsplicht wordt verminderd vanwege eigen schuld van de belegster. De bank moet tweederde van de restschuld vergoeden, maar niet de betaalde rente en aflossingen.
Het hof vernietigde het vonnis voor het overige, bekrachtigde het deel over de kredietregistratie en veroordeelde de belegster tot terugbetaling van een deel van het aan haar betaalde bedrag. De bank werd veroordeeld in de kosten van hoger beroep.
Uitkomst: De bank is aansprakelijk voor twee derde van de restschuld wegens tekortschieten in haar zorgplicht, maar niet voor betaalde rente en aflossingen.