ECLI:NL:GHAMS:2008:BG6261
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bank tekortgeschoten in zorgplicht bij effectenlease, restschuld deels voor rekening bank
In deze zaak stond centraal de vraag of de bank tekort was geschoten in haar bijzondere zorgplicht jegens particuliere beleggers die een effectenleaseovereenkomst waren aangegaan. De beleggers vorderden onder meer vernietiging van de lease-overeenkomst en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de bank. Het hof bevestigde dat de bank als professionele financiële dienstverlener een bijzondere zorgplicht heeft tegenover particuliere beleggers.
Het hof stelde vast dat de bank onvoldoende had gewaarschuwd voor het risico van een restschuld bij tussentijdse beëindiging van de lease-overeenkomst en naliet om de financiële draagkracht van de beleggers te onderzoeken. Hierdoor heeft de bank de beleggers niet adequaat beschermd tegen eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. Dit tekortschieten leidt tot aansprakelijkheid van de bank voor de schade die de beleggers door het aangaan van de overeenkomst hebben geleden.
De schade bestaat uit betaalde rente en aflossingen en het vermogensverlies door de restschuld. Het hof oordeelde dat de rente en aflossingen geheel voor rekening van de beleggers blijven, omdat zij zich redelijkerwijs hadden moeten informeren over hun verplichtingen. De restschuld wordt voor tweederde door de bank vergoed, en voor een derde door de beleggers gedragen. De bank werd veroordeeld tot terugbetaling van een bedrag van €9.843,77, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 16 november 2007.
De grieven van de bank en beleggers werden deels verworpen en deels gegrond verklaard, maar leidden niet tot een andere uitkomst. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter voor een deel en bekrachtigde het voor een ander deel. De bank werd veroordeeld in de proceskosten van het principaal beroep, de beleggers in die van het incidenteel beroep. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De bank is aansprakelijk voor tweederde van de restschuld en de beleggers moeten €9.843,77 plus wettelijke rente aan de bank betalen.