ECLI:NL:GHAMS:2010:BP0845
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot vernietiging effectenleaseovereenkomsten door echtgenote is verjaard
In deze zaak stonden geschillen omtrent drie effectenleaseovereenkomsten centraal die Valkema in 2000 met Dexia was aangegaan. Valkema en zijn echtgenote Valkema-Datema betwistten de geldigheid van deze overeenkomsten, waarbij Valkema-Datema stelde dat zij geen toestemming had gegeven zoals vereist volgens artikel 1:88 BW Pro, en daarom de overeenkomsten vernietigde. Dexia weigerde de vernietiging te erkennen en vorderde betaling van de restschulden.
Het hof stelde vast dat Valkema-Datema haar bevoegdheid tot vernietiging had verloren door verjaring, omdat zij al vanaf circa september 2000 door bankafschriften op een gezamenlijke rekening met de leaseovereenkomsten bekend was. De stelling van Valkema c.s. dat Valkema-Datema geen kennis had genomen van deze afschriften werd onvoldoende onderbouwd en niet geloofwaardig bevonden.
Verder oordeelde het hof dat Valkema-Datema geen belang had bij voeging in het geding omdat de vordering van Dexia niet tegen haar was ingesteld en dat alleen Valkema een beroep op vernietiging kon doen. De grieven van Valkema c.s. werden verworpen en het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. De proceskosten werden verdeeld conform de uitkomst van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de bevoegdheid tot vernietiging door de echtgenote is verjaard.