ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9293
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- E.J.H. Schrage
- R.J.Q. Klomp
- Rechtspraak.nl
Betaling meerwerk en schadevergoeding bij niet-afgewerkt aannemingsovereenkomst
In deze zaak staat een geschil centraal over een aannemingsovereenkomst van 3 oktober 2007 waarbij werkzaamheden aan het dak van een woonhuis zijn overeengekomen. De opdrachtgever had vooraf 50% van de aanneemsom betaald, maar de aannemer maakte het werk niet af en stuurde een meerwerkfactuur die de opdrachtgever betwistte. De aannemer schortte daarop het werk op.
De rechtbank had de opdrachtgever veroordeeld tot betaling van het restant van de aanneemsom en de meerwerkfactuur, en de aannemer veroordeeld tot schadevergoeding wegens niet-afgewerkt werk. Beide partijen gingen in hoger beroep met diverse grieven. Het hof oordeelde dat de aannemer geen opschortingsrecht had omdat de vordering van de opdrachtgever niet opeisbaar was en dat de meerwerkfactuur geen opschortingsgrond bood. De buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand werden deels toegewezen, met name de kosten van een deskundigenrapport.
Verder stelde het hof vast dat de aannemer ongerechtvaardigd was verrijkt door het niet-afmaken van het werk, en dat de opdrachtgever recht had op vervangende schadevergoeding. De omvang van de betalingsverplichting werd bepaald aan de hand van artikel 7:752 BW Pro, waarbij rekening werd gehouden met de prijs voor het gehele werk en de reeds verrichte prestaties. De grieven van beide partijen werden grotendeels verworpen, waarbij het hof de proceskosten grotendeels aan de verliezende partij toewijst en de kosten van het incidenteel appel compenseert.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de opdrachtgever tot betaling van het restant van de aanneemsom en meerwerkfactuur, wijst gedeeltelijk buitengerechtelijke kosten toe en compenseert de kosten van het incidenteel appel.