ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ6474
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Arbeidsrelatie tennisleraar en tennisvereniging: geen arbeidsovereenkomst na uitzendperiode
De tennisleraar werkte sinds 1996 via arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met de Stichting Sportservice Noord-Holland (SSNH), die hem uitleende aan Tennis Vereniging Westzaan (TVW). Na oktober 2006 werden geen nieuwe arbeidsovereenkomsten meer gesloten met SSNH, waarna de tennisleraar stelde dat hij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met TVW had.
Het hof bevestigde dat de arbeidsrelatie tot oktober 2006 uitsluitend bestond tussen de tennisleraar en SSNH, waarbij TVW als materiële werkgever fungeerde. De cao voor sportverenigingen voorziet in een dergelijke driepartijenrelatie. Na oktober 2006 is geen nieuwe arbeidsovereenkomst met TVW tot stand gekomen, ondanks dat de tennisleraar zijn werkzaamheden voortzette.
Het hof oordeelde dat de rechtszekerheid zich verzet tegen een geruisloze overgang van een inleenverhouding naar een arbeidsovereenkomst met TVW. Er was geen uitdrukkelijke wilsverklaring of gedragingen die een dergelijke wijziging aannemelijk maakten. Ook het feit dat de tennisleraar zelf lesgelden inde en nota's stuurde aan TVW, sprak tegen het bestaan van een arbeidsovereenkomst. De grieven van de tennisleraar werden verworpen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat na het einde van de uitzendovereenkomst geen arbeidsovereenkomst met de tennisvereniging is ontstaan en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.