ECLI:NL:GHAMS:2009:BI0274
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- T.A.C. van Hartingsveldt
- R.J.M. Smit
- D.J. van der Kwaak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid van verdachtmakingen in Deventer moordzaak en vaststelling schadevergoeding
In deze zaak staat centraal of uitlatingen van Maurice de Hond, waarin hij Michaël de Jong en Meike Wittermans beschuldigt van betrokkenheid bij de moord op mevrouw Wittenberg, onrechtmatig zijn jegens hen. De Hond stelde dat er sprake was van een ernstige misstand omdat een onschuldige werd veroordeeld, en bracht zijn verdenkingen publiekelijk naar voren via media en internet.
Het hof weegt het belang van bescherming tegen lichtvaardige verdachtmakingen af tegen het belang van het aan de kaak stellen van misstanden. Gelet op de ernstige aard van de beschuldigingen, de mogelijke gevolgen voor De Jong c.s., en het feit dat De Hond zijn onderzoeksresultaten reeds aan het Openbaar Ministerie had overgedragen, oordeelt het hof dat het belang van De Jong c.s. prevaleert.
De uitlatingen worden daarom als onrechtmatig aangemerkt. Het hof bevestigt het eerdere vonnis, maar wijzigt de hoogte van de immateriële schadevergoeding. De Hond wordt veroordeeld tot betaling van € 25.000 aan De Jong en € 10.000 aan Wittermans, vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast worden proceskosten toegewezen aan beide partijen.
Uitkomst: De Hond is veroordeeld tot betaling van immateriële schadevergoeding aan De Jong en Wittermans wegens onrechtmatige uitlatingen.