ECLI:NL:RBAMS:2007:BA3691
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van Hees
- Rechtspraak.nl
Verbod en schadevergoeding wegens onrechtmatige beschuldigingen in Deventer moordzaak
Eisers vorderen een verbod tegen gedaagde om hen in het openbaar te beschuldigen van betrokkenheid bij de moord op het slachtoffer in de Deventer moordzaak. Gedaagde had herhaaldelijk publiekelijk gesteld dat eiser 1 de moord pleegde en eiser 2 medeplichtig was, onder meer via websites en televisie-uitzendingen.
De rechtbank overweegt dat het recht van eisers op bescherming van hun goede naam zwaarder weegt dan het recht van gedaagde op vrijheid van meningsuiting. Het door gedaagde gevoerde mediaoffensief is onrechtmatig, temeer daar de veroordeling van een ander onherroepelijk is en het openbaar ministerie geen aanwijzingen vond voor een andere dader.
De rechtbank wijst de vorderingen toe, veroordeelt gedaagde tot betaling van materiële en immateriële schadevergoeding aan beide eisers en legt een verbod op met een dwangsom voor overtreding. Gedaagde mag zijn overtuiging bij bevoegde instanties uiten, maar niet publiekelijk. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en verboden om eisers in het openbaar met de moord te associëren.