ECLI:NL:GHAMS:2009:BH4117
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige strafrechtelijke ontruiming van gekraakt pand wegens onvoldoende wettelijke grondslag
In deze zaak stond centraal of de Staat bevoegd was tot strafrechtelijke ontruiming van een gekraakt pand aan een adres te een woonplaats. Appellante voerde aan dat deze ontruiming een ongerechtvaardigde inbreuk maakte op het recht op bescherming van de woning zoals gewaarborgd in artikel 12 Grondwet Pro en artikel 8 EVRM Pro.
Het hof stelde vast dat appellante als kraker aanspraak maakt op dit recht en dat de Staat dit niet gemotiveerd heeft betwist. De Staat beriep zich op algemene wettelijke bepalingen zoals artikel 2 Politiewet Pro en artikel 124 RO Pro als grondslag voor de ontruiming, maar het hof oordeelde dat deze bepalingen onvoldoende concreet en voorzienbaar zijn om een fundamenteel recht te beperken.
Voorts verwierp het hof het standpunt van de Staat dat artikel 55 lid 2 en Pro artikel 94 Sv Pro een toereikende basis vormen voor ontruiming, omdat deze bepalingen slechts het binnentreden en inbeslagnemen voor strafrechtelijk onderzoek toestaan, niet voor ontruiming. Het hof concludeerde dat de grieven van appellante slagen, vernietigde het bestreden vonnis en verbood de strafrechtelijke ontruiming van het pand. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof verbood de strafrechtelijke ontruiming van het gekraakte pand wegens onvoldoende wettelijke grondslag.