ECLI:NL:GHARN:2008:BG1456
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Smeeïng-van Hees
- Van Rossum
- Van der Pol
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot strafrechtelijke ontruiming bij kraak op grond van Politiewet en RO
In deze zaak stond de vraag centraal of de Staat op grond van artikel 2 Politiewet Pro 1993 en artikel 124 RO Pro bevoegd is tot strafrechtelijke ontruiming van panden die door geïntimeerden waren gekraakt. Het hof oordeelde dat bij een redelijk vermoeden van overtreding van artikel 429 sexies Pro Sr de politie bevoegd is tot ontruiming om het vermoedelijk strafbare feit en de inbreuk op het eigendomsrecht van de eigenaar te beëindigen.
De panden waren eigendom van het Medisch Spectrum Twente en stonden leeg, waarbij voorbereidingen voor verkoop waren getroffen. Het hof stelde vast dat deze voorbereidingen als gebruik in de zin van artikel 429 sexies Pro Sr konden worden aangemerkt, waardoor het kraakgedrag een schending van dat artikel opleverde.
Het hof benadrukte dat hoewel de politie geweld mag gebruiken binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit, de bevoegdheid tot ontruiming niet afhankelijk is van een belangenafweging. Tegelijkertijd erkende het hof dat ontruiming een inbreuk op het huisrecht vormt, beschermd door artikel 12 Grondwet Pro en artikel 8 EVRM Pro, en dat artikel 2 Politiewet Pro 1993 geen toereikende wettelijke grondslag biedt om deze fundamentele rechten te schenden.
De grieven van geïntimeerden dat de ontruiming onrechtmatig was wegens gebrek aan wettelijke basis werden verworpen, maar het hof oordeelde dat de bevoegdheid tot ontruiming niet zonder meer een inbreuk op het huisrecht kan rechtvaardigen. Het bestreden vonnis van de voorzieningenrechter werd daarom bekrachtigd, waarbij de Staat werd veroordeeld in de kosten van het principaal appel.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de Staat niet bevoegd is tot ontruiming op grond van artikel 2 Politiewet 1993 zonder expliciete wettelijke grondslag en veroordeelt de Staat in de proceskosten.