ECLI:NL:GHAMS:2008:BG8037
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.D.L. Nuis
- M. Gonggrijp-van Mourik
- D.J.M.W. Paridaens-van der Stoel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens schending concentratievereiste hoger beroep
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 19 december 2008 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het ingestelde hoger beroep. Het hoger beroep betrof uitsluitend de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie met betrekking tot het subsidiair ten laste gelegde. Het hof constateerde dat de rechtbank Amsterdam ten onrechte eerst over het subsidiair ten laste gelegde had geoordeeld zonder eerst het primair ten laste gelegde te hebben beoordeeld.
De zaak betrof een gelede tenlastelegging, waarbij de volgorde van beoordeling door de rechter bindend is: eerst het primaire ten laste gelegde, daarna pas het subsidiaire. De rechtbank had deze volgorde niet aangehouden, waardoor de beslissing over het subsidiaire ten laste gelegde nietig was. Het hof verklaarde het openbaar ministerie daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen die beslissing.
De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor volledige herbeoordeling, waarbij de juiste volgorde van beoordeling moet worden gevolgd. Het arrest is gewezen door de tweede meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, met drie rechters en een griffier.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet naleven van de verplichte volgorde bij de beoordeling van de gelede tenlastelegging.