ECLI:NL:GHAMS:2008:BC6218
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.H.M. Possen
- J.P.A. Boersma
- A. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op heffingskorting voor directe beleggingen in durfkapitaal volgens Wet IB 2001
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een aanslag inkomstenbelasting 2003 waarin hij recht op heffingskorting voor directe beleggingen in durfkapitaal claimde. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de aanslag verminderd. Het hof oordeelt echter dat de lening niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 5.17 Wet IB 2001 en de uitvoeringsregeling, zoals registratie en achterstelling.
Het hof verwerpt het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat niet is gebleken dat de inspecteur een weloverwogen standpunt heeft ingenomen bij het volgen van aangiften van familieleden. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat in een meerderheid van vergelijkbare gevallen de wet onjuist is toegepast.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en bevestigt de uitspraak van de inspecteur. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door drie rechters van de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 3 maart 2008.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende geen recht heeft op de heffingskorting voor directe beleggingen in durfkapitaal en wijst het beroep af.