ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ6966
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op heffingskorting voor directe beleggingen in durfkapitaal bij lening aan startende onderneming
Eiser heeft in 2002 een geldlening verstrekt aan zijn zoon voor diens startende onderneming en heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2003 een heffingskorting voor directe beleggingen in durfkapitaal opgevoerd. Verweerder stelde dat de lening niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden en weigerde de korting toe te kennen.
De rechtbank stelde vast dat de lening niet voldeed aan de formele eisen van registratie en achterstelling zoals vereist in artikel 5.17 Wet IB 2001 en de Uitvoeringsregeling. De door eiser overgelegde ontwerp overeenkomst voldeed niet aan deze voorwaarden en er ontbraken een beschikking beginnende ondernemer en registratie van de lening.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat eiser op grond van het vertrouwensbeginsel recht had op de heffingskorting. Dit omdat in 2002 de aangifte van eiser en die van twee familieleden zonder nadere vragen over de heffingskorting waren geaccepteerd, waardoor eiser mocht vertrouwen op een bewuste standpuntbepaling van de Belastingdienst.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en vermindert de aanslag met € 649. Tevens werden de proceskosten en griffierecht aan eiser toegewezen. De uitspraak werd gedaan op 29 november 2006 door de rechtbank Haarlem.
Uitkomst: Eiser krijgt recht op heffingskorting durfkapitaal over 2003 en aanslag wordt verminderd met € 649.