ECLI:NL:GHAMS:2006:AY9470
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- D.B. Bijl
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag en vergrijpboete wegens te kwader trouw bij looninkomsten
Belanghebbende deed aangifte over 2000 waarin slechts een deel van zijn looninkomsten werd vermeld, gebaseerd op een jaaropgave van één werkgever terwijl hij bij twee werkgevers in dienst was. De inspecteur legde een eerste navorderingsaanslag op en later een tweede navorderingsaanslag met een vergrijpboete van 50% wegens te kwader trouw.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende te kwader trouw was omdat hij bewust onjuiste of onvolledige informatie had verstrekt en dat de inspecteur de navorderingsaanslag en boete terecht had opgelegd. Het hof bevestigde dit oordeel en benadrukte dat belanghebbende zich bewust was van de fiscale consequenties en zich willens en wetens blootstelde aan de kans dat te weinig belasting werd geheven.
De inspecteur had de juiste bevoegdheid om een tweede navorderingsaanslag op te leggen omdat belanghebbende geen volledige openheid van zaken gaf over zijn looninkomsten. De boete werd passend geacht gezien de omvang van het niet aangegeven bedrag en het feit dat belanghebbende en zijn gemachtigde onvoldoende medewerking verleenden aan het onderzoek.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De zaak betreft de toepassing van artikel 16 en Pro 67e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr).
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende te kwader trouw was en handhaaft de navorderingsaanslag en boete van 50%.