ECLI:NL:GHAMS:2004:AO8160
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling eigen woning en aftrekposten bij visueel gehandicapte echtgenote
Belanghebbende, eigenaar van twee onroerende zaken, voerde in zijn aangifte inkomstenbelasting 1999 diverse kosten op als buitengewone lasten. Het geschil betrof onder meer de kwalificatie van zijn tweede woning als eigen woning en de aftrekbaarheid van kosten zoals gesproken lectuur en extra verlichting vanwege de visuele handicap van zijn echtgenote.
Het Hof stelde vast dat zowel het hoofdverblijf als de andere onroerende zaak in 1999 als eigen woning kwalificeerden volgens artikel 42a, tweede lid, Wet IB 1964. De tijdelijke verhuur van de tweede woning werd als incidenteel beoordeeld, met het oog op het voornemen van belanghebbende om het pand zelf te gebruiken.
Verder oordeelde het Hof dat gesproken lectuur en extra verlichting hulpmiddelen zijn in de zin van artikel 46, derde lid, aanhef en letter a, onder 1º, Wet IB 1964, en dus aftrekbaar. Kosten voor de zorgwoning en gehandicaptenvakantie vielen niet onder aftrekbare ziektekosten. Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de inspecteur veroordeeld in proceskosten.