Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
- een verklaring van erfrecht van 13 oktober 2020, waarin onder meer staat dat van de erfenis van de moeder van appellant 32 delen aan hem toebehoren;
- een uittreksel van het Turkse kadaster van 28 september 2021 met daarop de vermelding van 32 op naam van appellant geregistreerde onroerende zaken, namelijk een ‘stenen huis met tuin’ te [plaats 1] , 30 akkers te [plaats 2] en een ‘huis uit Adobe met bijgebouw’ te [plaats 2] ;
- informatie van de gemeente van [plaats 1] van 8 november 2021. Uit het ‘Raadpleegscherm opgaafwaarde onroerendezaakbelasting’ blijkt dat appellant in die gemeente eigenaar is en een aandeel heeft van 1/1 in een perceel met gebouw zonder eigendomsbewijs in de wijk [naam wijk] ( [plaats 3] ), met een waarde van 36.501,11 Turkse Lira;
- informatie van de gemeente van [plaats 1] van 8 november 2021 dat appellant, blijkens een registratie in het kadaster, door erfopvolging op 20 januari 2021, 1/6 aandeel heeft verworven in een onverdeelde eigendom van een ‘stenen huis met tuin’ te [plaats 1] ;
- een overeenkomst van [datum 1] 2021 met daarin een opsomming van 29 onroerende zaken die appellant voor een bedrag van in totaal 11.750 Turkse Lira heeft verkocht aan B;
- informatie van het Directoraat voor Eigendomsakten te [plaats 1] van 25 juli 2022 dat appellant, blijkens een digitaal archiefonderzoek geen goederen heeft;
- een document van de directeur Financiële Diensten van de gemeente [plaats 1] van 26 juli 2022 waarin staat dat in de archieven van de gemeente op naam van appellant geen aangifte onroerendgoedbelasting is aangetroffen.