ECLI:NL:CRVB:2026:789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.E.V. Lenos
- B. Serno
- C.W.C.A. Bruggeman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van jeugdhulpvoorzieningen en rechtszekerheid bij toepassing Verordening 2025 gemeente Súdwest-Fryslân
Deze zaak betreft beroepen tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân over voorzieningen voor jeugdhulp die ouders aan appellanten geven. In een eerdere uitspraak van 6 maart 2025 had de Raad geoordeeld dat de Verordening 2018 niet voldeed aan de eisen van rechtszekerheid en voorspelbaarheid, waardoor deze niet als grondslag kon dienen voor de besluiten over jeugdhulp. Het college nam daarop nieuwe besluiten op basis van de Verordening 2025.
Appellanten voerden aan dat de Verordening 2025 eveneens niet voldeed aan de wettelijke eisen en dat het college deze niet had mogen toepassen. De Raad overwoog dat de Verordening 2025 met overgangsrecht op 17 mei 2025 in werking trad en dat toepassing daarvan op lopende bezwaarschriften rechtmatig is. De Raad stelde vast dat de Verordening 2025 voldoende criteria en afwegingsfactoren bevat voor het beoordelen van gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp, zoals vereist in artikel 2.9 van de Jeugdwet.
De Raad nam de adviezen van JPH Consult mee, waaruit bleek dat de ouders bovengebruikelijke hulp verlenen zonder dat sprake is van overbelasting of financiële problemen. De Raad concludeerde dat appellanten daarom geen recht hebben op een individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget. De beroepen werden ongegrond verklaard en de bestreden besluiten van 13 juni 2025 bleven in stand.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de besluiten van het college blijven in stand.